Brexit

Brexit. Weer die Brexit. Altijd maar die Brexit. Als ik nog één keer het woord ‘Brexit’ hoor, dan gaat het officiëel één-tiende van het aantal keer zijn dat ik het woord ‘corona’ heb gehoord deze week. En toch is het er nog. In 2016 werd het volk van het Verenigd Koninkrijk voor de vraag gesteld: bij de EU blijven, of eruit. Dat was de simpele vraag. Erin, of eruit. Alsof een 6-jarig kind binnen komt lopen, wanneer je vol overgave in een 8-seizoenscrimi zit, en vraagt: wie is de goeie? En wie is de boef? Het kind van 6 kan onmogelijk de nuance inschatten. Van volwassenen verwachten we toch (zie het stemrecht vanaf 18 jaar) dat een antwoord als: ‘dit is goed, en dit is slecht’, wat genuanceerder mag liggen. En dat voor beiden iets te zeggen valt. Inlevingsvermogen. Ervaring. Nuance. Onderdelen van de mens en de samenleving waarin iedereen leeft. Misschien is het niet de schuld van de bevolking, maar van hun vertegenwoordigers die een economie van een land vertaald naar een vraag die je bij een 6-jarige uit gemakzucht maar met ‘ja’ of ‘nee’ beantwoordt, of met ‘dat is goed, dat is slecht’.

Toch is het in de Brexit verworden tot een debat van ‘voor’ of ’tegen’. Juist door die ene, veel te simpel gestelde vraag in het referendum. Want waar stem je voor? Of waar stem je tegen? Als je uit de EU stapt als VK, waar stap je dan naartoe? Naar 31 december, 1972, pre-EU/EEG? Een situatie waarin nog geen douane-unie bestond? Een situatie waarin het VK de groeicijfers van Duitsland en Frankrijk niet kon beantwoorden? Waarin de welvaart gemiddeld gezien veel lager lag? Waarin de bevolking veel lager opgeleid was? Waarin het VK weggeconcurreerd dreigde te worden door die EU/EEG? Het is voor Brexiteers moeilijk te bevatten dat de wereld van 1972 niet meer actueel is. Dat er nu 2020 op hun scheurkalender staat (die nu natuurlijk keurig op een veel te ‘keep calm and carry on’-plekje hangt, en niet op een wc). Alsof het VK niet met zijn 27 EU-metgezellen op een trein is gesprongen, onderweg naar het avontuur, ineens besloot van boord te springen, en verbaasd was dat ze bij hun sprong naar beneden niet ineens weer op het vertrekstation stond. Maar toch is die verontwaardiging er bij hen. Dat ze niet zijn waar ze begonnen; dat ze nu pardoes ineens ergens onderweg in de middle of nowhere staan met geen idee waar de beschaving zich bevindt. Waar naartoe? Dat weet niemand. Of misschien weet Johnson het. Al doet hij zijn uiterste best zijn genie verborgen te houden voor de wereld.

En nu staan de EU en het VK tegenover elkaar. Het VK met een keuze die dus geen keuze was. Geen echte keuze. Geen nuance. En met een miniem verschil ‘gekozen’. En nu alsnog, twee voormalig reisgenoten die moeten bepalen hoe de inboedel te verdelen. De beloofde eeuwige trouw is nu iets dat in de praktijk niet blijkt te werken. Iets van: ‘jij mag ze op zondag, ik op de oneven-dagen’.

Kijkend naar de cijfers, zou je je toch afvragen waar veel Brexiteers het idee vandaan halen dat de EU grote concessies gaat doen aan het VK bij die inboedelverdeling. Het VK lijkt zijn kinderen, kleinkinderen en het huis te verliezen. Zonder familie, en vrienden.

Nummer 1. Economie: Duitsland alleen al heeft een aanzienlijk groter BNP dan het VK, de EU: 13,9 biljoen euro , Duitsland alleen: 3,4 biljoen euro en het VK: 2,8 biljoen euro. Punt voor de EU. Inwonertal/marktgrootte: EU: 446 miljoen (3 na grootste markt ter wereld, na China en India), het VK: 66,5 miljoen. Punt voor de EU. Belang in handel voor elkaar: handelspercentage van EU met VK: de EU importeert 10% van zijn goederen en diensten vanuit het VK, het exporteert 15% van zijn goederen en diensten naar het VK. Het VK importeert 52% van zijn totale import uit de EU en exporteert 43% van zijn export naar de EU. Het aandeel van de EU in de economie van het VK is dus vele malen groter dan het onderdeel van de VK in de EU economie. Punt EU. Het staat ondertussen al 3-0 voor de EU, en de tweede helft moet nog beginnen. Wat drijft het VK dan tot dit waanidee dat ze onmisbaar zijn? De Britse marine? Fish en chips? Die kleine strook zee die ze scheidt van West-Vlaanderen en Frankrijk?

Misschien moeten we maar terug naar de retoriek van kinderen. Naar goed of slecht. Misschien moet de Brit maar weer voor een nieuwe keuze gesteld worden. Voor pompen of verzuipen. Met hun ‘Royal Navy’ moeten ze die keuze toch begrijpen. Of zou er toch nog een nuance zijn in de keuze? Erin of eruit? Een heel klein beetje half verzuipen dan maar?