Recensie: Het verlies van België door Johan op de Beeck (2015)

In deze recensie behandelen we het boek van Johan op de Beeck over de Belgische revolutie en de totstandkoming van het land België in 1830. Omdat het voor ons belangrijk is dat we aangeven waar de informatie vandaan komt (kritisch zijn op de bronnen) kunt u hier meer vinden over de achtergrond van de schrijver.

De Belgische Revolutie van 1830 is een natuurlijk een welbekend fenomeen bij zowel de Belgen als de Nederlanders. Echter, wanneer een blik geworpen wordt op het curriculum van middelbare scholieren, dan neemt zij (vooral in Nederland, maar in mindere mate ook in België) maar een bijzonder kleine positie in. Vandaar dat het ons leuk leek om eens van dichter bij te kijken naar dit fenomeen. En het idee daarbij was om eens door de Belgische (Vlaamse) ogen naar de Revolutie te kijken. Wij kennen ook het beeld nog wel dat Koning Willem I het niet zo handig aanpakte toen hij zijn godsdienstvrijheid, de Nederlandse taal en een nieuwe infrastructuur naar de Zuidelijke Nederlanden bracht. Vandaar dat we het boek van Johan op de Beeck er eens bij gepakt hebben. Hoe wordt de Belgische Revolutie in Vlaanderen gezien? Wat zijn de zaken die wij als Nederlanders vanaf de ‘andere zijde’ nooit zien? Is het voor ons mogelijk om een beter (objectiever) begrip van de omstandigheden te krijgen aan de hand van dit boek?

Zoals u van ons gewend bent, hanteren we verschillende criteria voor boeken waar wij de recensie mee beoordelen. We hanteren daarbij een systeem van sterren: 1 ster is een magere score, 5 is het maximale. Tot slot melden we de voor-en-nadelen (plus-en-minpunten). We beginnen met het begin; de inhoud en situering.


Inhoud en situering

Het Verlies van België wordt vorm gegeven aan de hand van de werken van Louis de Potter (één van de geestelijke vaders van het huidige België). De titel insinueert het Noord-Nederlandse perspectief waarin een groot en belangrijk gebied werd verloren, Echter, na het lezen van het boek wordt duidelijk dat de titel eigenlijk verwijst naar het Verlies van België in de vorm die Louis de Potter voorstelde: republikeins en met een bepaalde vorm van democratie. Zijn ideaalbeeld bleek niet levensvatbaar.

De geschiedenis wordt beschreven aan de hand van De Potter’s brievenwisselingen en zijn publicaties in verscheidene kranten. De Potter was lid van een kleine adellijke familie in Vlaanderen en was een kind van de Franse Revolutie. Hij verhuisde tijdelijk naar Italië en schreef daar verder over zijn ideeën voor de ideale samenleving (en dan hoofdzakelijk in de Nederlanden). Hij legde daarbij in de jaren 1820 ook contact aan met de Nederlandse koninklijke familie in de vorm van Koning Willem I en de Staten Generaal waarin ook de Zuidelijke adel was vertegenwoordigd. Enkele van de idealen die De Potter voor ogen had in deze jaren 1820 was een Republikeinse staat met meer macht voor het ‘volk’ en democratie. Dit brengt ons bij het eerste punt van kritiek op het boek: er wordt niet goed weergegeven wat hier als ‘volk’ wordt bedoeld. Met onze huidige tijdsbril denken wij dat gelijkheid en macht voor het volk voor elk lid van de samenleving is. Voor veel adel in deze tijd, echter, betekende gelijkheid iets heel anders. Macht voor het volk betekende enkel dat de macht was voorbehouden aan mannen, volwassenen en/of mensen van blauw bloed. Of De Potter dit ook bedoelde blijft dus in het ongewisse. Het boek en de geschiedenis vervolgt aan de hand van De Potter’s ideeën en communicatie, tezamen met zijn naasten (ook afkomstig uit lokale adel) zoals Sylvain van de Weyer en Alexander Gendebien.

Schrijver Op De Beeck geeft, naarmate het verhaal zich meer richt op de laatste jaren vóór de Revolutie, steeds meer aandacht aan de situatie in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden en aan de diplomatie van de zuidelijke adel ten opzichte van de noordelijke in de Staten Generaal. Daarnaast komen we lezenderwijs ook meer te weten over het ideale koninkrijk (of in dit geval de staat) zoals De Potter zich dat voorstelde, het feit dat zijn naasten en alle andere betrokkenen een ander ideaal voor ogen hadden en dat koning Willem I nou niet bepaald de meest capabele koning ooit was.

Het verhaal van Op De Beeck vervolgt zijn weg vrij vluchtig door de jaren voorafgaand aan de Revolutie (met een goed gevoel voor het situeren, zonder kennis van de toekomst) over de briefwisselingen tussen De Potter en zijn kompanen en zijn indrukken van de koning. Vrij snel gaat het daarna door naar de maanden en weken voor de Revolutie en voor deze dagen, weken en maanden van 1829 en 1830 wordt uitgebreid de tijd genomen. Mocht iemand een menselijk beeld willen krijgen van de betrokken figuren en zien hoe geschiedenis van dag op dag kan veranderen, dan is dit boek echt een absolute aanrader. Aan de hand van de brieven die De Potter schreef vanuit zijn ballingsoord Parijs en de onlusten in Brussel wordt de oorzaak voor de opstand uitgelegd. Uitvoerig beschrijft de schrijver de vergaderingen van de Staten Generaal, de consequenties hiervan voor de deelnemers, de verhoudingen tussen Noord-en-Zuid en de verschillende belangen en idealen van alle betrokken partijen. De gevechten in de straten van Brussel komen ook aan bod en de overwinningen van de opstandelingen worden uitvoerig besproken. Soms wordt wel vergeten dat de opstand een burgeropstand was en dat het vanaf het begin België vs. Nederland was. Op de Beeck geeft perfect weer dat dit absoluut niet het geval was.

Langzaam verstrijken de weken en maanden en verandert de sfeer van de Revolutie. Van onenigheid en verdeling tussen de verscheidene partijen in de Zuidelijke Nederlanden (de Katholieke kerk, de adel en de burgerij) gaat het langzaam naar een verenigd front. Dit gebeurt niet in de laatste plaats met invloeden vanuit heel Europa en hoofdzakelijk vanuit Parijs en Frankrijk, waar vrije geesten de ruimte krijgen en net de monarchie aan de kant geschoven werd.

Naar het einde toe komen we dan bij het einde van de echte opstand. Terloops wordt de Tiendaagse Veldtocht van 1831 dan nog besproken, maar eigenlijk ligt de focus in het boek hoofdzakelijk op dat jaar van 1830 en het begin van 1831. Tot slot beschrijft Op de Beeck nog de triestere laatste jaren van De Potter, waarin duidelijk wordt dat de Revolutie die hij voor ogen had toch anders was dan hoe de realiteit zich ontspon. Veel van zijn idealen (een republiek met meer macht voor het volk) werden niet direct behaald, daar de koning de macht kreeg en de volksvertegenwoordiging maar beperkt toegankelijk en verantwoordelijk was.

Historische context

Laten we hier dan direct maar inspringen en een aantal kanttekeningen maken. Allereerst is het opvallend hoe, vanaf begin af aan, er een soort adoratie van de schrijver ten opzichte van De Potter te lezen valt. Dit wordt duidelijk door verscheidene bijvoeglijke naamwoorden die genuttigd worden en wat het boek enigszins van zijn onderzoekswaarde en van historische correctheid/objectiviteit beroofd. Ook de naasten van De Potter Van De Weyer en Gendebien worden uitvoerig besproken en geadoreerd door de schrijver om hun diplomatieke, retorische en filosofische vaardigheden. Hierdoor wordt de lezer eigenlijk gedwongen de gedachtegang van de schrijver te volgen, waar wij het meer op prijs hadden gesteld dat de feiten puur op tafel werden gelegd en dat de conclusies door de lezer gedaan zouden kunnen worden. Het valt niet te ontkennen dat verscheidene gebeurtenissen in de Revolutie het gevolg zijn van handig manoeuvreren van de hoofdrolspelers en hun gevoel voor diplomatie en voor mogelijkheden. Echter kan men de vraag stellen hoeveel weet de deelnemers hadden van de gevolgen van hun acties (later geeft de schrijver dit ook aan nadat blijkt dat De Potter’s republikeinse idealen niet verwezenlijkt werden) en of de individuen zo eensgezind waren op deze momenten als gesuggereerd wordt. Juist door het handig gebruik maken van de situatie lijken een aantal hoofdrolspelers hier als opportunisten naar voren te komen.

De historische context wordt in het boek, het moet gezegd, ook in 1 á 2 pagina’s (van de 300+ pagina’s die het boekt telt) afgedaan. De schrijver geeft terecht aan dat koning Willem I ook slachtoffer was van de omstandigheden en het niet veel beter had kunnen doen gezien de kennis van de tijd, maar hij moffelt dit argument in 1 pagina weg. Er wordt compleet voorbij gegaan aan de motieven en de situatie van de andere zijde (Noordelijke Nederlanden) en eigenlijk wordt koning Willem I gedurende het hele boek weggezet als domoor en als naïef. Wij gaan hier niet beargumenteren dat hij dat niet was, maar het zou beter zijn voor de context als er meer aandacht werd gegeven aan de motieven van de koning en (nog belangrijker) die van omringende landen en de situering en de tijd objectiever en beter uitgewerkt weergegeven werd. Wat waren dan die redenen waarom Willem I zo naïef was? Wie had hij om zich heen? Waar wordt dit überhaupt op gebaseerd (historische bronnen of brievenwisselingen)? Het zou juist, bij het weergeven van een goed, objectief beeld, mooi zijn geweest om daar meer inzicht in te krijgen. In 1830 vonden in heel Europa opstanden plaats die alle grootmachten bezig hielden; zo ook in Frankrijk en in de Zuidelijke Nederlanden. Rusland kreeg te maken met een Poolse opstand, in Engeland werd de roep om meer democratie luider en waren koloniale conflicten gaande, in Oostenrijk werd Metternich onder druk gezet en de Italiaanse nationalistische bewegingen kwamen in deze periode op. Spanje verloor in deze tijd ook veel van zijn koloniën in een golf van onafhankelijkheidsverklaringen.

Er wordt bijvoorbeeld, ter illustratie van een gebrek aan achtergrondinformatie, amper gesproken over de erfenis van de Franse Revolutie. Jazeker, er wordt aangegeven dat de Belgische Revolutie een gevolg was van de Franse (en van de Brabantse Omwenteling) en dat veel revolutionairen in de Zuidelijke Nederlanden een mogelijkheid zagen om een nieuwe, verbeterde revolutie te ontketenen; zonder terreur. De angst voor de terreur, maar ook de roep om meer invloed voor de burgers was een gevolg van de Franse Revolutie en een proces wat voor iedere vorst in Europa (dus niet alleen voor Willem I) niet te stuiten was.

Daarnaast geeft Op De Beeck aan dat de staatsschuld in de Noordelijke Nederlanden hoger was en dat het Zuiden daarvoor moest betalen. Dit klopt, maar kan gezien worden als een direct gevolg van de Franse Revolutie; de Zuidelijke (Belgische) staatsschuld werd anders berekend doordat het samen werd gevoegd met Frankrijk en het Noorden met al zijn rijkdom werd leeggeplunderd door de Fransen. Dit was dus niet alleen het geval voor de Zuidelijke Nederlanden en geld uit het zuiden werd aangewend om de economie in het noorden weer aan te wakkeren.

Ook wordt er voorbij gegaan aan het feit dat voor het eerst de machten in het zuiden sinds de 80-jarige oorlog weer relatief veel invloed kregen in het bestuur. Zij werden gehoord en hadden invloed in de Staten Generaal en stonden dichter bij hun heerser dan ooit. Deze eerste ervaring met invloed en macht heeft mogelijk ook een eerste aanzet gegeven naar meer. Onder Spanje, Oostenrijk en Frankrijk had steeds een sterke monarchie die onbereikbaar en ver weg was de macht gehad. Dat was nu ineens compleet anders.

Tot slot werd het Verenigd Koninkrijk gevormd bij de gratie (en de wens van) de grote mogendheden die Frankrijk wilden indammen. Wellington garandeerde de onafhankelijkheid van de staat en de andere staten spraken af het te verdedigen tegen elke Franse inmenging. Er bestaat een goede kans dat de Revolutie over was voor hij begonnen was, als de andere grote mogendheden zich aan de afspraken hadden gehouden. Het is eigenlijk een goed voorbeeld hoe veel staten (zowel Nederland als België) bestaan bij de gratie van de grote mogendheden en een speelbal zijn van anderen. Ook wordt in dit boek niet ver ingegaan op het feit dat het Noord-Nederlandse legers zonder de aantocht van de Franse legers waarschijnlijk nooit vertrokken waren en was de herovering van Brussel in 1831 ingezet. Wellicht dat Belgisch nationalisme en geschiedschrijving na de oorlog en verheerlijking dit feit graag onderdrukt hebben. Dit zou wellicht een goed onderzoek billijken.

De gebeurtenissen omtrent de Revolutie (hoofdzakelijk in het tijdvak 1828-1831) worden minutieus en uitvoerig besproken. Dit voelde echt als een verademing omdat het veel details en feiten weergeeft en de lezer doet inleven in het verhaal. Voor ons was dit extra interessant omdat veel van deze informatie voor ons als Nederlanders onbekend is. Het onderzoek en het materiaal dat Op de Beeck heeft gedaan zijn bewonderenswaardig en erg secuur gedaan en dat valt absoluut te prijzen. Het weergeven van al dit onderzoek hadden wij liever minder gekleurd gezien, maar gezien het boek niet voor enkel academische doeleinden geschreven werd, is dit begrijpelijk.


Voors-en-tegens en oordeel

+ Het onderzoek dat gedaan is voor de totstandkoming van het boek

+ Het verloop van het verhaal en de schrijfstijl

+ De gedetailleerde inzichten in enkele van de hoofdrolspelers van de opstand

+ De inzichten in de Belgische geschiedschrijving vanuit het Belgisch perspectief

– Het gebrek aan historische/internationale context

– Het kleuren van de beeldvorming/gebrek aan objectiviteit

– Het achterwege blijven van diepere inzichten in de problemen/motieven in het noorden

– Enkele cruciale gebeurtenissen zoals de Tiendaagse Veldtocht of de internationale vegaderingen ontbreken grotendeels

Eindoordeel: Vanwege de hoeveelheid aan informatie, de inzichten in de dagelijkse zaken en het mooie verhaal is dit boek absoluut de moeite waard voor iedere lezer. Voor de Nederlander geeft het ook een mooi inzicht in de visie van de Belgen op de Revolutie. Wat dat betreft is onze opzet hierin geslaagd. Echter, wanneer men het openslaat moet in ogenschouw genomen worden dat het dient ter inzage in enkele personen en ter vermaak, niet voor historici of voor onderzoeksdoeleinden. Daarvoor is de beeldvorming te gekleurd en onvolledig. Het boek krijgt daarom een 3 uit 5 score.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *